Nederland ontwikkelingsland

Nederland is een ontwikkelingsland op het gebied van duurzame energie. Althans, als je kijkt naar het percentage duurzame energie in de nationale elektriciteitsvoorziening. Nederland bevindt zich in dat opzicht steevast in de achterhoede van Europa. Maar de bovenstaande uitspraak is ook op een andere manier waar. Nederland ontwikkelt - en wel volop - nieuwe marktinitiatieven voor duurzame energie. Paradoxaal genoeg lonkt daardoor juist een koppositie.

Het afgelopen decennium heeft Nederland zich wat betreft duurzame energie weten te kwalificeren als het lelijke eendje van Europa. Terwijl de buurlanden Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk succes boekten met een vast feed-in tarief voor duurzaam opgewekte stroom, bleef Nederland hangen in tijdelijke en dus onberekenbare subsidie-impulsen. Soms een potje voor windenergie, soms een potje voor zonne-energie; het heeft de markt gestimuleerd, maar zeker ook gefrustreerd.

Deze frustratie over het knipperende subsidiebeleid lijkt nu echter ook een positieve uitwerking te hebben. Anders dan in andere Europese landen waar de overheidssteun nog rijkelijk vloeit, ontwikkelt zich in Nederland een markt voor duurzame energie die zich niet langer afhankelijk voelt - en zich ook niet langer afhankelijk gedraagt - van de overheid. Deze markt kenmerkt zich door een soort van duurzame-doe-het-zelvers; binnen bedrijven, stichtingen en bewonerscollectieven, maar ook als zzp’er of particulier.

Voorbeelden
Een voorbeeld is het huidige succes van collectieve inkoopacties voor zonnepanelen. Aangewakkerd door de landelijke actie Wij Willen Zon van Stichting Urgenda, kent Nederland momenteel talloze voorbeelden van bewoners en bedrijven die zich verenigen om gezamenlijk zonnepanelen aan te schaffen. Het voordeel: veel minder uitzoekwerk per deelnemer en vaak een fikse kwantumkorting. En het bereik is groter dan welke subsidieregeling voor duurzame energie dan ook.

Een ander voorbeeld is het initiatief Boer Zoekt Buur. Via dit initiatief kunnen mensen een aandeel kopen in een zonne-energiesysteem bij een boer, in ruil voor tegoedbonnen voor boerderijproducten. Deze wijze van klantenbinding zorgt ervoor dat het zonne-energiesysteem voor de boerderij als geheel rendabel wordt. Inmiddels heeft dit initiatief bij zo’n dertig (biologische) boeren tot de aanschaf van zonnepanelen geleid.

Deze twee voorbeelden tonen precies aan waarin Nederland op dit moment voorop loopt. Niet in de productie, niet in de assemblage, maar in het ontwikkelen van creatieve manieren om het gebruik van duurzame energie te organiseren en te financieren. Daarnaast tonen de voorbeelden aan dat het vaak om meer gaat dan alleen duurzame energie. De initiatieven hebben vaak een sterke lokale component en brengen mensen met elkaar in contact: boeren, buren en iedereen die mee wil doen.

Rol van de overheid
Betekent dit nu dat de duurzame energie in Nederland zijn weg vanzelf wel zal vinden? En dat de rol van de overheid hiermee is uitgespeeld? Nee, dat lijkt te kort door de bocht. Maar de rol van de overheid is wel veranderd. Terwijl de overheid voorheen de markt probeerde aan te zwengelen met subsidies, daar volstaat nu een faciliterende rol. Die facilitering kan zitten in het uitwisselen van kennis en ervaringen, maar bijvoorbeeld ook in een stuk kwaliteitswaarborging.

Een voorbeeld van de eerstgenoemde vorm van facilitering is een onderzoek dat Agentschap NL (onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) vorig jaar door Energy Indeed liet uitvoeren naar nieuwe organisatievormen en financieringsconstructies voor zonne-energie in Nederland. De uitkomsten van dit onderzoek zijn gedeeld via workshops en zijn gratis in rapportvorm te downloaden. Het rapport fungeert ter informatie, maar zeker ook ter inspiratie.

De laatstgenoemde vorm van facilitering is lastiger, maar op z’n minst net zo belangrijk. Juist op het moment dat er talloze initiatieven – zowel grootschalig als kleinschalig – uit de grond schieten, dan dreigt het gevaar van mislukkingen. Bij een gebrek aan professionele kennis en ervaring, kunnen consumenten collectief naar kwalitatief slechte producten of installateurs worden gedreven. Dit laatste is helaas al eens voorgekomen en kan de reputatie van de initiatieven in het algemeen snel de das om doen.

Overheden, waaronder zeker ook gemeenten en provincies, kunnen een belangrijke rol spelen in het voorkomen van dit soort missers. Dit kan onder andere door toe te zien op heldere aanbestedingsprocedures waarin ook de relevante ervaring en de financiële stabiliteit van leveranciers en installateurs wordt meegewogen. Kijkend naar de honderden of misschien wel duizenden leveranciers, tussenpersonen en installateurs, is dit een klus die al snel te licht kan worden opgevat.

Vooruitzicht
Met dit belang van kwaliteitsborging in het achterhoofd, heeft Nederland de potentie om een inhaalslag te maken binnen Europa. Juist in tijden van economische tegenspoed, is het goed mogelijk dat onze relatief bescheiden maar onafhankelijke markt voor duurzame energie beter gedijt dan de relatief grote maar afhankelijke markt elders in Europa. Waar men elders zal moeten wennen aan een terugtredende overheid, daar is men in Nederland al jaren niets anders gewoon.

Gesterkt door de stijgende fossiele energieprijzen en de dalende duurzame energieprijzen, is het niet ondenkbaar dat Nederland met deze markt-gedreven groei op den duur een koppositie kan verwerven. Maar daar zal nog veel werk voor verricht moeten worden. Vooralsnog is Nederland op basis van het percentage duurzame energie toch echt niet meer dan een ontwikkelingsland. Sterker nog, met deze gelijkenis doen we vele ontwikkelingslanden momenteel nog ernstig tekort.

Mark Meijer - 12 mei 2012
mark@energyindeed.com

Mark Meijer MSc.
mark@energyindeed.com