We mogen Nederland wel wat beter verkopen

We hebben de snelste zonneauto ter wereld, we leveren productiemachines aan de grootste zonne-energieproducenten ter wereld en we hebben één van de snelst groeiende zonne-energiemarkten ter wereld. En toch, als je in Azië vertelt dat je een zonne-energieadviseur uit Nederland bent, dan is de reactie al snel: "Ah, the Netherlands! You have those windmills, right?"

Dat is waar natuurlijk. Nederland staat traditiegetrouw bekend om z’n windmolens, niet om z’n zonnepanelen. Tijdens een zonne-energieonderzoek afgelopen zomer in Azië werd dat me eens te meer duidelijk. We zijn een land dat na afloop van een gesprek met een Delfts blauw molentje aan komt zetten, zelfs wanneer een Delfts blauw zonneautootje toepasselijker was geweest.

Het gesprek gaat verder: “Solar panels? Hmm. Did you say Dutch or Deutsch?” Tja, weer zoiets. Bij zonnepanelen denkt men in de eerste plaats aan Duitsland. Onze oosterburen staan alom bekend als dé aanjager van de zonne-energiemarkt en als toonbeeld van degelijke duurzame techniek. Kortom, die Mark die over zonne-energie komt praten, dat zal wel een Deutsche Mark zijn.

En eerlijk is eerlijk, ook dit vooroordeel is natuurlijk niet geheel onterecht. Duitsland is in veel opzichten nu eenmaal verder dan wij. Maar, en nu kom ik op mijn punt, laten we het buitenland wel genoeg weten wat we in Nederland op het gebied van zonne-energie allemaal doen en kunnen? Zeker nu het economisch in eigen land wat minder gaat, zou dat toch hoog op onze agenda moeten staan?

U voelt het al aankomen: ik vind dat we dat nog te weinig doen. Het is me in Azië te vaak overkomen dat ik partijen wilde doorverwijzen naar een Nederlandse partij en dat er geen woord Engels – laat staan Chinees, Koreaans of Japans – op de website te vinden was. Het is voor u wellicht een kleinigheid, maar zelfs in tijden van Google Translate – zo bleek – niet onbelangrijk.

Uiteraard kunnen Nederlandse ambassades of andere Nederlandse partijen in het buitenland hierin een brugfunctie vervullen, maar dat gaat niet vanzelf. Als we echt willen dat zij Nederland als zonne-energieland verkopen, dan zullen we hen actiever moeten benaderen: met actuele informatie en in de juiste taal. Al is het maar via een kleine folder die vanuit de ambassade verstrekt kan worden.

Contacten liggen er vaak al genoeg. Partijen als ECN en Tempress werken al jaren samen met Yingli en ook Nederlandse architecten hebben in China succesvol voet aan de grond gekregen. Kunnen we van daaruit niet bijvoorbeeld ons aandeel in de Chinese marktontwikkeling – 10 GW per jaar! – vergroten? Of de toelevering van Chinese halffabricaten richting onze eigen maakindustrie flexibeler en kosten-effectiever maken?

Het zijn zomaar eens wat eerste gedachten en ik nodig u graag uit om met aanvullingen of verbeteringen te komen. Misschien brengt het bovenstaande u wel op het idee om via Nederlandse architecten de BIPV-markt in China te veroveren. Dat zou een volgend bezoek aan China voor ons in elk geval een stuk gemakkelijker maken: “Ah, the Netherlands! You design those solar buildings, right?”

Mark Meijer - 16 december 2013
mark@energyindeed.com

Mark Meijer MSc.
mark@energyindeed.com